kasahorow Sua,

De Familie ::: Family

Nederlands ::: English
familie ::: family, nom.1.3 ::: nom.1
/-f-a-m-i-l-i-e/ ::: /-f-a-mi-l-y/
Nederlands ::: English
/ ik hebbes mijn familie ::: I have my family
/// wij hebben onze familie ::: we have our family
/ u hebbt je familie ::: you have your family
/// jullie hebben uw familie ::: you have your family
/ zij hebbt haar familie ::: she has her family
/ hij hebbt zijn familie ::: he has his family
/// ze hebben hun familie ::: they have their family

Nederlands Huis Woordenboek ::: English Home Dictionary

<< [Adj:Previous]