kasahorow Sua,

De Vriend

Leer de liefde, elk dag.: "vriend" in Nederlands
vriend Nederlands nom.1
mijn vriend hebbt een huis
Indefinite article: een vriend
Definite article: de vriend
Possessives 1 2+
1 mijn vriend onze vriend
2 je vriend uw vriend
3 haar vriend (f.)
zijn vriend (m.)
hun vriend

Nederlands Woordenboek

<< [Adj:Previous] | [Adj:Next] >>